H3 Het Ontwikkeltraject inrichten (Applicatie en media ontwikkelaar)!
3 Het ontwikkeltraject inrichten
3.3 Opgaven
1. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij
de meest linkse lijnfiguur als het gaat om luisteren.
Afwachtend, ongeïnteresseerd.
2. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij
de middelste lijnfiguur als het gaat om luisteren.
Allert, oplettend, aanwezig.
3. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij
de meest rechtse lijnfiguur als het gaat om luisteren.
‘Kom maar op, ik weet het al.’
4. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij
de bovenste figuur als het gaat om luisteren.
Bedenkend, overdenkend.
5. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij
de onderste figuur als het gaat om luisteren.
Verbaasd, geschrokken.
6. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij
de meest linkse lijnfiguur als het gaat om luisteren.
Afwachtend, passief.
7. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij
de middelste lijnfiguur als het gaat om luisteren.
Oplettend, aanwezig
8. Schrijf in kernwoorden op wat je ziet bij de
meest rechtse lijnfiguur als het gaat om luisteren.
Oplettend, opstandig, actief.
9. Bespreek je waarnemingen met betrekking tot
vraag 1 t/m 8 met een medeleerling. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen
in jullie waarnemingen?
Ter beoordeling van de docent.
10. Beschrijf wat de houding van de bovenstaande
figuren uitdrukt.
Beschaamd, verlegen
Alert, conflictueus, beetje agressief
Neutraal Teleurgesteld
Defensief
11. Welk
voordeel levert samenvatten je op?
Het regelmatig samenvatten van wat de ander zegt, helpt om goed
met elkaar in gesprek te blijven.
je toont interesse;
je laat merken dat je
goed hebt geluisterd;
je controleert of je
het verhaal echt goed begrepen hebt;
je brengt een onderscheid aan in hoofd- en
bijzaken en zet daarmee je gesprekspartner weer op het juiste spoor;
je schept rust en biedt zo je
gesprekspartner tijd om op adem te komen en na te denken over hoe het gesprek verder
moet gaan.
12.
Het grootste deel van de boodschap wordt door non-verbale signalen
gegeven. Hoe kun je die in je samenvatting terug laten komen?
Ik zie dat...; Ik merk dat...;
Ik hoor dat...
13.
Hieronder staat een aantal uitspraken. Wat voor soort bewering betreft
het? Wat is de uitdaging bij doorvragen? Welke vraag zou gesteld kunnen worden?
a.
Opa is beter af in zijn eigen flat.
Halve vergelijking
Uitdaging:
vergeleken met wat is hij daar beter af?
Vragen naar de andere helft van de
vergelijking b. Duitse auto’s zijn geweldig!
Generalisatie
groepsaanduiding
Uitdaging: welke
auto’s met name?
Vragen om
specificatie
c. We gaan de zaak reorganiseren.
Vaag werkwoord
Uitdaging: hoe
precies?
Vragen om
specificatie: hoe met name, hoe precies?
d. Iedereen vindt groen mooi.
Alles-of-niets-uitspraak
Uitdaging: absoluut
totaal niemand?
Vragen naar een
tegenvoorbeeld: kun je niet iemand bedenken die je wel serieus neemt?
e. Ik kan niet zomaar weggaan.
Uitspraak van
mogelijkheid en onmogelijkheid
Uitdaging: wat houdt
je tegen?
Vragen naar de
reden/oorzaak: wat of wie houdt je tegen?
f. Dit moet door alle gebruikers worden
getest.
Uitspraak van
noodzakelijkheid
Uitdaging: wat
gebeurt er als het niet door iedereen getest wordt?
Vragen naar de consequenties g. Ik denk dat de klant dit mooi vindt.
Gedachten lezen
Uitdaging: hoe weet
je dat?
Vragen naar de
ervaringen waarop de conclusie gebaseerd is
Waar leid je dat uit
af?
Wat doet hij of zij
waardoor je dat denkt?
h. C# is een moeilijke taal.
Eeuwige waarheid
Uitdaging: wie vindt
C# een moeilijke taal?
Vragen naar degene
die de mening huldigt
Wie vindt dat, wie
zegt dat, wie beweert dat?
3.6 Opgaven
1. In een gesprek met de klant moeten er over
verschillende aspecten van de applicatie vragen worden gesteld. Noem de groepen
waarin deze ingedeeld kunnen worden.
algemene vragen
doel en doelgroep
‘look and feel’
functionaliteit
onderhoud
2. Wat zijn de belangrijkste vragen over de
functionaliteit die je moet stellen?
Welke informatie
moet de applicatie/website bieden?
Welke informatie
moeten gebruikers krijgen?
Moeten er berichten
worden getoond? Om wat voor soort berichten gaat het en hoe vaak?
Moet de gebruiker
kunnen zoeken?
Wie beheert de
content en wie levert deze aan?
Wie is
verantwoordelijk voor de redactie?
Is er een koppeling
met sociale media en wie is hier verantwoordelijk voor?
3. Wat zijn de belangrijkste vragen over de
‘look and feel’ die je moet stellen?
Wat voor gevoel moet
de gebruiker krijgen?
Beschrijf de
gewenste uitstraling.
Moet er een bepaalde
huisstijl gebruikt worden?
Werk met voorbeelden, bestaande applicaties/websites en laat er
commentaar op geven.
5. Een veelgebruikte techniek om de vraag van
de opdrachtgever duidelijk in beeld te brengen is de MoSCoW-methode. Geef in
onderstaande tabel aan waar de letters voor staan en beschrijf wat het belang
is.
Afkorting van
|
Beschrijving
|
Must have:
|
Deze eisen
(requirements) moeten in de software terugkomen, zonder eisen is de software
niet bruikbaar.
|
Should have:
|
Deze eisen zijn zeer
gewenst; zonder deze eisen is de software wel bruikbaar, maar we doen altijd
onze best ze te realiseren.
|
Could have:
|
Deze eisen zullen
alleen kunnen worden gerealiseerd als er tijd en geld genoeg is; vaak realiseren
we ze op een later tijdstip, in de onderhoudsfase.
|
Won’t have:
|
Won’t have of would
haves zullen in dit project niet aan bod komen, maar kunnen in de toekomst,
bij een vervolgproject, moeilijk interssant zijn
|
Comments
Post a Comment