Informatie managment H1!


1.     Hoe wordt het aantal mensen genoemd dat een manager direct kan aansturen?
span of control
            managementdiscipline
            delegeren
            organogram

2.     Welke van de onderstaande processen is een secundair proces in een productiebedrijf?
verkoop
            marketing
            HRM
            productie


3.     Welk deelplan maakt geen deel uit van een ondernemingsplan?
personeelsplan
            pensioenplan
            verkoopplan
            Informatieplan
           

4.     Welke van de volgende beweringen is geen definitie van informatie?
gegevens die zijn getransformeerd
informatie is er om de onzekerheid te verminderen van een situatie of gebeurtenis
gegevens die zijn verwerkt voor een doel
gegevens die zijn geïnterpreteerd en begrepen door de ontvanger

5.     Als het management de verkoopafdeling de opdracht geeft om de verkoopaantallen te verhogen, van welke informatiestroom is dan sprake?
horizontale informatiestroom
            verantwoordingsinformatie
            diagonale informatiestroom
            verticale informatiestroom


6.     Wat is de mate waarin de geproduceerde informatie een waarheidsgetrouwe afbeelding van de werkelijkheid vormt.
            nauwkeurigheid van de informatie
            volledigheid van de informatie
            juistheid van de informatie
            actualiteit van de informatie

7.     Welke kenmerken van informatie heeft het operationeel management nodig?
lange termijn 
minder gedetailleerde informatie
            dagelijks ververst
            externe informatie

8.     Binnen een reclamebureau is een hoofd ICT werkzaam. Hij is verantwoording verschuldigd aan de directeur. Op welk managementniveau is hij werkzaam?

strategisch management
            operationeel management
            tactisch management

9.     Waartoe behoort iemand in een organisatie die de bestellingen voor de inkoopafdeling invoert?

gebruikersorganisatie
            ondersteunende organisatie
            ontwikkelorganisatie



10.  Hoe wordt het genoemd als twee onderneming zaken met elkaar doen?

C2C
            B2B
            B2G
            B2C
11.  Bij een formele organisatiecultuur gaan medewerkers via duidelijke omgangsvormen met elkaar om.
[Bij een formele cultuur gaan medewerkers via duidelijke omgangsvormen met elkaar om. Dit kan zich uiten in traditionele kleding (bijvoorbeeld het dragen van een pak), een sterke gezagsverhouding (rangen en standen in het leger).]

12.  Wat is geen ontwikkelstadium van een organisatie?
      starten
groeien
succes
overleven
[Een organisatie kan in de volgende stadia verkeren:
pionieren, Overleven, succes, groeien, evenwicht.]



13. Zet in toenemende volgorde van complexiteit.
 

14.  Vul het juiste woord/de juiste woorden in.

Competentie is de combinatie van kennis, vaardigheden, houding en 
Gedrag die nodig is om in een bepaalde beroepssituatie goed te kunnen functioneren.
[Competentie is de combinatie van kennis, vaardigheden, houding en gedrag die nodig is om in een bepaalde beroepssituatie goed te kunnen functioneren. Een competentie van een politieagent is bijvoorbeeld het arresteren van een inbreker.]

15.   Vul het juiste woord/de juiste woorden in.
Informatie bestaat uit gegevens die bruikbaar zijn voor de ontvanger  van de informatie; informatie 'doet met de ontvanger ervan.
[
Informatie moet niet verward worden met gegevens (data). Gegevenszijn de kale feiten. Informatie bestaat uit gegevens die bruikbaar zijn voor de ontvanger van de informatie; informatie 'doet iets' met de ontvanger ervan.]

16.  Wat is de mate van nauwkeurigheid van de informatie?
 volledigheid van de informatie
 beschikbaarheid van de informatie
gedetailleerdheid van de informatie
actualiteit van de informatie
[De informatie moet de juiste detaillering hebben. Een financieel directeur wil van een bepaald artikel de jaaromzet weten, terwijl de magazijnchef in verband met de ruimte in zijn magazijn, per dag het verkochte aantal stuks wil weten.]

17.  Maak de juiste combinaties.




18.  Hoe wordt een prestatie-indicator ook wel genoemd?
kengetal
maatstaf
doelstelling
priemgetal
[Om na te gaan of de gewenste doelstellingen van zijn organisatie worden gehaald, heeft de manager informatie nodig die hem vertelt hoe de zaken ervoor staan. Om het succes van een organisatie te kunnen meten maakt hij gebruik van prestatie-indicatoren, ook wel kengetallen genoemd. Prestatie-indicatoren geven de manager dus informatie over 'hoe goed hij presteert'.]


19.  Grote bedrijven hebben aparte afdelingen die verantwoordelijk zijn voor de informatievoorziening en automatisering. Er worden dan drie deelorganisatie onderscheiden. Welke afdeling behoort tot de ondersteunende organisatie?
Automatisering
Verkoop
Systeembeheer
Personeelszaken





 20.  Vul het juiste woord/de juiste woorden in.

Om te realiseren dat goederen, grondstoffen of onderdelen precies op het moment dat ze nodig zijn geleverd worden, wordt het 
just in time Open the keypad  Fout -principe toegepast. Bij dit principe maken ondernemingen afspraken met hun leveranciers over de levering van grondstoffen en onderdelen.
[Door het gebruik van just in time hoeft een bedrijf weinig of geen dure voorraad grondstoffen op te slaan.]


               
21. Waar staan de letters IT voor?
informatietechnologie
informatietechniek
informatie- en communicatietechnologie
internettechnologie
[De methoden, technieken en technische hulpmiddelen voor het verwerken van informatie noemt met informatietechnologie (IT), in het Engels Information Technology.]

               
22. Vul het juiste woord/de juiste woorden in.
Als er sprake is van losse omgangsvormen in een organisatie, dan heeft deze organisatie een Informele cultuur.
[Bij een informele cultuur is er sprake van losse omgangsvormen in een organisatie, een werknemer kan zich vrijer gedragen en de collega's spreken elkaar aan met je en jij.]


               
23. Jan de Graaf is student Economie, hij heeft net de tentamenweek achter de rug, hij woont in Emmen en voetbalt bij WKE (uit Emmen). Wat is informatie voor Jan?
Gisteren was het 30 °C in Johannesburg.
Het tentamencijfer van het laatste tentamen Boekhouden is een 8,3.
Handbalclub Cambuur (Leeuwarden) heeft afgelopen zaterdag met 2-0 gewonnen.
Automobilist rijdt gisteren 60 km te hard op Afsluitdijk. Rijbewijs en auto zijn ingevorderd.
 [Het tentamencijfer is voor Jan informatie, dit bezit namelijk nieuwswaarde voor Jan, hij weet ik hoef dat tentamen niet opnieuw te doen. Dat de temperatuur 30 °C in Johannesburg is, is voor hem een gegeven. Het resultaat van Cambuur is voor hem ook een gegeven. Evenals de te hard rijdende automobilist.]

24. Zet in toenemende volgorde van complexiteit.
Informatieladder: feiten – gegevens – informatie – kennis – competenties




25. Vul het juiste woord/de juiste woorden in.

Informatie treedt op als Integrator tussen de afzonderlijke bedrijfsprocessen van organisatieonderdelen zodat het bedrijf naar de buitenwereld toe lijkt te functioneren als één geheel.
[Informatie treedt op als integrator (bindmiddel) tussen de afzonderlijke bedrijfsprocessen van organisatieonderdelen zodat het bedrijf naar de buitenwereld toe lijkt te functioneren als één geheel.]









           
26. Welk van de volgende elementen is geen kwaliteitseis van informatie?
tijdigheid
kosten

volledigheid
juistheid
[Kosten zijn wellicht belangrijk bij het produceren van informatie, maar zijn geen kwaliteitseis voor informatie.]


27. Zet in de juiste volgorde van afnemende invloed op de organisatie.



28. Op welk niveau werkt een nachtzuster in een ziekenhuis?
strategisch management
primair proces
secundair proces
operationeel management
[De nachtzuster voert de lopende taken uit. In de gaten houden en verzorgen van patiënten. De hoofdzuster houdt zich bezig met de inroostering van alle verpleegsters (en dus ook de nachtzusters) en zij behoort tot het operationeel management.]

           
29. Hoe wordt een prestatie-indicator ook wel genoemd?
Priemgetal
kengetal
maatstaf
doelstelling
[Om na te gaan of de gewenste doelstellingen van zijn organisatie worden gehaald, heeft de manager informatie nodig die hem vertelt hoe de zaken ervoor staan. Om het succes van een organisatie te kunnen meten maakt hij gebruik van prestatie-indicatoren, ook wel kengetallen genoemd. Prestatie-indicatoren geven de manager dus informatie over 'hoe goed hij presteert'.]

30. Vul het juiste woord/de juiste woorden in.


Een database is een verzameling permanente gegevens die ter beschikking staat van alle gebruikers van een informatiesysteem.

[Vroeger werd informatie in kaartenbakken en mappen opgeslagen. Tegenwoordig wordt informatie opgeslagen in een database. Bedrijven hebben informatiesystemen met behulp van computers en computerprogramma's om bijvoorbeeld het voorraadbeheer, de financiële administratie en de inkoop te automatiseren. Al deze gegevens worden opgeslagen in een database en kunnen op eenvoudig wijze daar weer worden uitgehaald.]


           
31. Vul het juiste woord/de juiste woorden in.


Bedrijven hebben vaak een mix van verschillende doelen. Om deze doelstellingen meetbaar te maken moet men ze operationaliseren.
[Het operationaliseren van de doelstellingen betekent dat het doel zodanig wordt beschreven dat achteraf kan worden bepaald of het betreffende doel behaald is.]

           
32. Wat is een primair proces in een handelsbedrijf?
verkoop
HRM
boekhouding
productie
[De primaire processen zijn de processen in de organisatie waar het 'om draait', waarmee de organisatie haar doelstellingen wil behalen. In dit voorbeeld: verkoop.

Secundaire processen zijn bedrijfsprocessen die de primaire processen ondersteunen. Ze dragen niet direct bij aan de doelstelling van het bedrijf, maar zijn ter ondersteuning wel nodig: in deze vraag HRM (Human Resource Management) en boekhouding.

Productie is wel een primair proces in een fabriek, maar niet in een handelsbedrijf. Een handelsbedrijf produceert geen goederen. Dus dan bestaat dit proces niet.]

           
33. Vul het juiste woord/de juiste woorden in.

Commerciële bedrijven maken uitgaand van de bedrijfsdoelen een  ondernemingsplan of een bedrijfsplan.
[Een bedrijf dat zijn doelen heeft geformuleerd, zal deze doelen opnemen in het ondernemingsplan (Engels: business plan).]

           
34. Welk aspect maakt geen deel uit van de informatieladder?
kennis
proces
gegevens
feiten
[Informatieladder: feiten – gegevens – informatie – kennis – competenties]

35. Vul het juiste woord/de juiste woorden in.



Horizontale informatiestromen zijn nodig om het primaire proces als één geheel te laten functioneren.
[Horizontale informatiestromen zijn nodig om het primaire proces als één geheel te laten functioneren. Bijvoorbeeld: de afdeling Inkoop moet de productiegegevens van de afdeling Productie ontvangen om de juiste hoeveelheden grondstoffen te kunnen bestellen.]

           
36. Wat is de mate waarin de informatie de werkelijkheid weergeeft zoals die is op het moment dat de informatie wordt geproduceerd?
juistheid van de informatie
tijdigheid van de informatie
volledigheid van de informatie
nauwkeurigheid van de informatie
[De informatie moet tijdig zijn. Informatie over de voorraad van vorig is niet interessant meer voor een verkoper. Het weer van vorig jaar in een bepaald gebied is niet belangrijk voor iemand die daar nu op vakantie gaat.]

           
37. Welke kenmerken van informatie heeft het strategisch management hoofdzakelijk nodig?
wekelijks ververst
vooral interne informatie
lange termijn
gedetailleerde informatie

38. Zet de elementen van de Deming-cirkel in de juiste volgorde.
bepaal doel dat men wil behalen (Plan)
maatregelen om dit te bereiken (Do)
meet prestatie-indicator (Check)
eventuele vervolgacties (Act)
opnieuw.

39. Waartoe behoort de afdeling die de implementatie van zelfgemaakte nieuwe software uitvoert?
ondersteunende organisatie
gebruikersorganisatie
ontwikkelorganisatie
[Deze afdeling behoort tot de ontwikkelorganisatie. Deze afdeling hier zorgt voor de implementatie (invoering) van de software.]

           
40. 'Het doen van zakelijke transacties waarbij de interactie tussen de partijen elektronisch (via bijvoorbeeld internet) plaatsvindt' is de definitie van:
e-commerce
Business-to-Consumer
Consumer-to-Consumer
Consumer-to-Business

[B2B = Business-to-Business (bedrijven die met elkaar zaken doen); B2C = Business-to-Consumer; C2C = Consumer-to-Consumer; electronic commerce (ook wel e-commerce, e-business of elektronische bedrijfsvoering genoemd) is de verzamelnaam van alle manieren waarop via computernetwerken (bijvoorbeeld internet of een extranet) handel bedreven kan worden.]


Comments

Popular Posts